Uitbreiding van het rouwverlof – klein verlet wegens overlijden

Gepubliceerd op

Via de wet van 27 juni 2021 tot uitbreiding van het rouwverlof bij het overlijden van een partner of een kind en tot het flexibiliseren van de opname van het rouwverlof, wordt de huidige regeling m.b.t. het klein verlet ingeval van overlijden (= het rouwverlof) in belangrijke mate gewijzigd. De betrokken wet treedt in werking op 25 juli 2021. Aan de basis van deze wet ligt een parlementair initiatief.

Ingevolge de betrokken wet wordt het recht op klein verlet ingeval van overlijden in een aantal situaties uitgebreid via een verhoging van het aantal dagen klein verlet en/of via een uitbreiding van de categorie van werknemers die in dat verband rechthebbend zijn. Het gaat om uitbreidingen met recht op loon ten laste van de werkgever.

De belangrijkste nieuwigheden zijn de volgende:

Recht op 10 dagen rouwverlof bij overlijden echtgenoot, samenwonende partner, kind

Concreet heeft de werknemer voortaan recht op 10 dagen rouwverlof bij overlijden van:

  • de echtgenoot/echtgenote of samenwonende partner van de werknemer;
  • een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner.

De eerste 3 dagen moet de werknemer verplicht opnemen in de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt de dag van de begrafenis. De overige 7 dagen mag de werknemer vrij opnemen binnen het jaar na het overlijden.

Recht op rouwverlof bij langdurige en kortdurende pleegzorg

De werknemer heeft voortaan ook recht op volgend rouwverlof:

  • 10 dagen bij overlijden van een pleegkind waarvan de werknemer of zijn echtgenoot/echtgenote of samenwonende partner pleegouder is of was in het kader van langdurige pleegzorg.  Op te nemen tijdens of na de periode van langdurige pleegzorg volgens dezelfde modaliteiten als het rouwverlof bij overlijden van de echtgenoot, samenwonende partner of kind.
  • 3 dagen bij overlijden van een pleegouder van de werknemer in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van overlijden, op te nemen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt de dag van de begrafenis.
  • 1 dag bij overlijden van een pleegkind waarvan de werknemer of zijn echtgenoot/echtgenote of samenwonende partner pleegouder is in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden. Op te nemen op de dag van de begrafenis.

Soepele opname op vraag van de werknemer

Voor alle vormen van rouwverlof is nu voorzien dat er kan worden afgeweken van de periode waarin de dagen moeten worden opgenomen, op vraag van de werknemer en met akkoord van de werkgever.

Aanrekening op de wettelijke periode van het gewaarborgd loon wegens arbeidsongeschiktheid

Wanneer de werknemer aansluitend op het klein verlet wegens overlijden van de echtgenoot/echtgenote, de samenwonende partner, van een kind van de werknemer of van de echtgenoot of samenwonende partner ziek valt, zal er in bepaalde gevallen een aanrekening gebeuren op de wettelijke periode van gewaarborgd loon wegens arbeidsongeschiktheid.

Van een aanrekening zal sprake zijn wanneer de werknemer aansluitend op de eerste, tweede of derde dag rouwverlof, één of meerdere opeenvolgende dagen bijkomend rouwverlof (max. 7) opneemt en onmiddellijk daarna ziek wordt. De aanrekening zal voor gevolg hebben dat de wettelijke periode van het gewaarborgd loon wegens arbeidsongeschiktheid wordt ingekort met het aantal dagen bijkomend verlof dat de werknemer onder die voorwaarden opnam. Er gebeurt  geen aanrekening met betrekking tot de bijkomende dagen rouwverlof die worden toegekend in het kader van een conventionele regeling, zoals bv. een sectorale cao.

Voor meer informatie in verband met de door de wet van 27 juni 2021 gewijzigde regelgeving, verwijzen we naar het overzicht dat wordt gegeven van de situaties waarin er een recht is op klein verlet.

Bron

Wet van 27 juni 2021 tot uitbreiding van het rouwverlof bij het overlijden van een partner of een kind en tot het flexibiliseren van de opname van het rouwverlof, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 juli 2021.

Gewijzigde regelgeving

  • Koninklijk besluit van 28 augustus 1963 betreffende het behoud van het normaal loon van werknemers voor afwezigheidsdagen ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of burgerlijke opdrachten;
  • Artikelen 52, 70, 71 en 112 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.