2015 - Secundaire analyse van de resultaten van de Gezondheidsenquête 2013

Hoofdthema 

2015 secundaire analyse van de resultaten van de Gezondheidsenquête 2013, specifiek voor wat de samenhang betreft tussen de gegevens over de tewerkstellingssituatie van de respondenten en (een selectie van) gezondheidsindicatoren

Subthema

Op vraag van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg (FOD Werkgelegenheid) werd aan het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP) gevraagd een secundaire analyse van de resultaten van de Gezondheidsenquête 2013 uit te voeren, specifiek voor wat de samenhang betreft tussen de gegevens over de tewerkstellingssituatie van de respondenten en (een selectie van) gezondheidsindicatoren. De aandacht dient hierbij vooral uit te gaan naar de samenhang van indicatoren met betrekking tot afwezigheid van het werk met gezondheidsindicatoren.

Timing 

2014-2015 

Opdrachtgever

Directie van het onderzoek over de verbetering van de arbeidsomstandigheden (DiOVA)

Onderzoeksteam

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP)
Operationele Directie Volksgezondheid en Surveillance
Herman Van Oyen, Directeur
Dr Jean Tafforeau
Stefaan Demarest
Wanda Van Hemelrijck

Onderzoeksopzet

In dit rapport wordt een overzicht gegeven van de resultaten van een secundaire analyse van de resultaten van de gezondheidsenquête waarbij de samenhang wordt bestudeerd tussen kenmerken van tewerkstelling en een selectie van gezondheidsindicatoren. Deze selectie werd doorgevoerd op basis van een gepercipieerde relevantie van de indicatoren in een context van tewerkstelling, maar ook op basis van de prevelantie van de indicatoren in kwestie. Gezien in deze analyse vooral beoogd wordt afwezigheid van het werk vanwege persoonlijke gezondheidsproblemen te relateren aan gezondheidsindicatoren, moet er rekening mee gehouden worden dat voor sommige minder prevalente gezondheidsindicatoren het aantal gevallen te klein wordt om nog zinvolle uitspraken te kunnen doen.

Er werd voor geopteerd de weerhouden gezondheidsindicatoren voor te stellen in functie van een vaste set tewerkstellingskenmerken: de tewerkstellingssituatie van alle personen in de leeftijd van 15 tot 64 jaar, het tewerkstellingsregime (voltijds of deeltijds tewerkgesteld) van diegenen die thans werken, de beroepscategorie (gebaseerd op de Internationale Classificatie van Beroepen, ISCO, op 1 digit niveau), de (6) belangrijkste sectoren van tewerkstelling (gebaseerd op de Europese Nomenclatuur, toegepast op de Belgische situatie; NACE-BEL), het ziekteverlet (of werkenden in het jaar voorafgaand aan de bevraging minstens eenmaal afwezig was van het werk vanwege persoonlijke gezondheidsproblemen) en de totale duur van dit ziekteverlet.

De nadruk in dit rapport ligt op de samenhang van voorvermelde tewerkstellingskenmerken met indicatoren rond subjectieve gezondheid, chronische aandoeningen, geestelijke gezondheid, leefstijlkenmerken en medische consumptie.

Resultaten

De voornaamste vaststellingen zijn:

  • Voor zowat alle geselecteerde gezondheidsindicatoren kunnen (meestal uitgesproken) verschillen vastgesteld worden in functie van de tewerkstellingssituatie (werkend, werkloos, niet-beroepsactief) bij de bevolking van 15 tot 64 jaar. De niet-beroepsactieve bevolking omvat diegenen in de voorvermelde leeftijdsgroep die (a) niet werkend en (b) niet werkloos is. Het gaat dus om mensen die student zijn of invalide of thuiswerkend of (vroeg-)gepensioneerd zijn, enz. Globaal genomen is de gezondheidssituatie (in termen van chronische aandoeningen of geestelijke gezondheid) relatief beter bij werkenden dan bij werklozen of niet-beroepsactieven. Voor wat de medische consumptie betreft (contacten met huisartsen, specialisten,…) is de situatie bij werkenden vergelijkbaar met deze van werklozen en worden door beide groepen minder geconsumeerd dan door niet-beroepsactieven.
     
  • Bij de groep werkenden, is de gezondheidssitutie globaal beter bij personen die voltijds tewerkgesteld zijn in vergelijking met personen die deeltijds tewerkgesteld zijn. Het verschil tussen beide groepen wordt echter gemilderd – maar verdwijnt niet altijd - indien gecorrigeerd wordt voor geslacht en leeftijd. Dit betekent dat de samenstelling van de groep voltijds tewerkgestelden qua geslacht en leeftijd verschilt van de groep deeltijds tewerkgestelden. Deze laatste groep omvat relatief meer vrouwen en ouderen.
     
  • Voor de groep werkenden, is de beschrijving van de resultaten in functie van het beroep louter illustratief; het beroep, geclassificeerd met behulp van ISCO 1 digit codes, is beschreven in 10 beroepscategorieën, waarvan sommige weinig respondenten omvatten (bijvoorbeeld “land- en bosbouwers, vissers”, of “beroepen bij de strijdkrachten”). Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de resultaten in functie van de industriële sector van tewerkstelling; in de basistabellen werden de resultaten voorgesteld van de 6 industriële sectoren waarin de meeste respondent zijn tewerkgesteld.
     
  • Voor de groep werkenden, is de samenhang tussen het feit in het jaar voorafgaand aan het interview afwezig te zijn geweest van het werk om persoonlijke gezondheidsredenen, en de geselecteerde gezondheidsindicatoren meer dan duidelijk. Zowel als het gaat om chronische aandoeningen, geestelijke gezondheid of medische consumptie is de situatie quasi steeds ongunstiger voor de groep werkenden die een ziekteverlet meldt.
     
  • Voor de groep werkenden, is de samenhang tussen de (totale) duur van de afwezigheid van het werk vanwege persoonlijke gezondheidsproblemen en de geselecterde gezondheidsindicatoren meer dan duidelijk. Steeds, enkele uitzonderingen daargelaten, stijgt de prevalentie van aandoeningen, van psychische problemen en van medische consumptie naarmate de totale duur van de afwezigheid wegens ziekte stijgt.

Overzicht gezondheidsindicatoren in functie van gerapporteerd werkverlet (afwezigheid van het werk wegens ziekte), resultaten voor de ganse werkende bevolking (van 15 tot 65 jaar) en volgens geslacht, Gezondheidsenquête 2013.

 

Totaal

Mannen

Vrouwen

 

Verlet

Geen verlet

Verlet

Geen verlet

Verlet

Geen verlet

 

%

%

%

%

%

%

SH01_2:  slechte subjectieve gezondheid

19,5

9,3

19,5

9,3

19,6

9,1

SL_2: depressieve gevoelens

14,3

8,7

11,6

4,8

16,6

13,4

SL_3: angststoornissen

9,1

6

8,4

3,4

9,7

9,3

SL_4: slaapproblemen

30,8

22,8

25,4

19,9

33,5

26,4

WB_2: psychische problemen

37,5

23,1

33,3

19,9

41,1

27,1

MA06_1: jaarprevalentie hoge bloeddruk

8,1

11,1

8,1

11,2

8,2

17,8

MA07_1: jaarprevalentie hoog cholesterolgehalte in het bloed

11,1

8,8

11,2

11,3

11

5,6

MA10_1: jaarprevalentie rheumatoïde artritis

6,7

2,6

6

2,3

7,3

2,9

MA11_1: jaarprevalentie artrose

11,9

6

10,3

5,9

13,5

6

MA12_1: jaarprevalentie lage rugproblemen

24,2

12,2

24

12,3

24,34

12

MA13_1: jaarprevalentie nekproblemen

13,7

5,9

11,1

4,8

16,1

7,3

MA14_1: jaarprevalentie diabetes

2,2

2,4

2,7

3,1

1,6

1,5

MA15_1: jaarprevalentie allergie

18,9

12,9

16,7

11,5

20,9

14,7

MA19_1: jaarprevalentie ernstige hoofdpijn (zoals migraine)

12,1

7,3

6,5

3,6

17,1

12,1

MA21_1: jaarprevalentie depressie

6,5

2

5

1,1

7,8

3

MA22_1: jaarprevalentie schildklierlijden

5,2

3,3

2

0,8

8,2

6,5

MA_2: multimorbiditeit

6,4

4

5

4,1

7,8

3,9

AL05_4: overmatig alcoholgebruik bij wekelijkse drinkers

9,6

10,7

10,6

10,4

8,4

11,3

TA06_3: dagelijkse roker

22,3

17,9

27,8

20,1

17,4

15,3

PA_01TR: minder dan 30 minuten per dag lichaamsbeweging

57

57,5

41,8

47,7

70,5

70,1

PA08_2: gebrek aan lichaamsbeweging in de vrije tijd

22,5

22,5

20,8

20,6

24

25

GP04_1: contact met een huisarts in afgelopen 12 maanden

92,3

64,4

91,3

62,3

93,3

69,4

SP01_1: contact met een specialist in de afgelopen 12 maanden

59,3

33,7

46,7

25

70,8

44,8

OH0101_1: contact met een kinesitherapeut in de afgelopen 12 maanden

27,8

10,5

24,9

10,6

30,5

10,5

OH0103_1: contact met een een psycholo(o)g(e) in de afgelopen 12 maanden

9,3

2,3

7,5

1,4

11

2,5

HO01_1: klassieke ziekenhuisopname in de afgelopen 12 maanden

16,4

2,2

13,9

1,6

18,8

3,1

HO07_1: daghospitalisatie in de afgelopen 12 maanden

12,7

3,2

13,8

3,1

11,7

3,2

DR01_1: gebruik voorgeschreven geneesmiddelen in de afgelopen 2 weken

58,2

39,9

51,7

35,4

64,2

45,6

DR04_1: gebruik van niet voorgeschreven geneesmiddelen in de afgelopen 2 weken

23,1

18,7

19,7

16,4

26,1

21,8


Publicatie

Bijkomende inlichtingen

Indien u meer informatie wenst over dit onderzoek of de publicaties, neem dan contact op met de Directie van het Onderzoek over de Verbetering van de Arbeidsomstandigheden (DIOVA), E. Blerotstraat 1 - 1070 Brussel, alain.piette@werk.belgie.be.