Waarborgen voor de werknemer

Op deze pagina

    Gewaarborgde terugkeer naar de vroegere functie

    Na afloop van de periode van uitoefening van het recht op tijdskrediet, heeft de werknemer het recht terug te keren naar zijn arbeidspost of -wanneer dit niet mogelijk is- naar een gelijkaardige of vergelijkbare arbeidspost die in overeenstemming is met zijn arbeidsovereenkomst.

    Einde arbeidsovereenkomst en tijdskrediet

    Ontslagbescherming

    Vanaf de schriftelijke aanvraag van de werknemer (3 of 6 maanden vóór de gewenste begindatum, naargelang de onderneming al dan niet meer dan 20 werknemers tewerkstelt, of een andere termijn vastgesteld in onderling akkoord), mag de werkgever geen handeling stellen die tot doel heeft eenzijdig een einde te maken aan de dienstbetrekking, behalve om een dringende reden of om een reden waarvan de aard en de oorsprong vreemd zijn aan de uitoefening van het tijdskrediet. Het zal dan ook aan de werkgever zijn om te bewijzen dat de ontslagreden niets te maken heeft met het tijdskrediet.

    Dit verbod loopt ten einde drie maanden na de einddatum van het tijdskrediet of drie maanden na de datum waarop de werkgever heeft laten weten dat hij niet instemt met het tijdskrediet (wanneer het gaat om een onderneming die op 30 juni van het jaar dat aan de aanvraag voorafgaat minder dan 11 werknemers tewerkstelt).

    Wanneer de aanvraag van de werknemer wordt uitgesteld om rechtmatige redenen die door de werkgever worden ingeroepen, geldt het ontslagverbod eveneens tijdens die periode van uitstel.

    De werkgever die dit ontslagverbod niet in acht neemt, moet de werknemer een forfaitaire vergoeding betalen die gelijk is aan het loon van zes maanden, onverminderd de vergoedingen die bij verbreking van de arbeidsovereenkomst aan de werknemer zijn verschuldigd.

    Deze forfaitaire vergoeding mag niet worden gecumuleerd met :

    • de vergoedingen die verschuldigd zijn bij misbruik van ontslagrecht;
    • de vergoedingen die verschuldigd zijn in het kader van de moederschapsbescherming; 
    • de beschermingsvergoedingen die verschuldigd zijn aan personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en in het Comité voor preventie en bescherming op het werk, alsook aan niet‑verkozen kandidaten;
    • de beschermingsvergoedingen die verschuldigd zijn aan vakbondsafgevaardigden.  

    Tijdskrediet en gevolgen voor opzeggingstermijn

    Ingeval de arbeidsovereenkomst door de werkgever wordt beëindigd door middel van een opzeggingstermijn, zal deze niet (verder) lopen tijdens de duur van de volledige onderbreking in het kader van tijdskrediet.  Deze termijn loopt pas (verder) vanaf het moment waarop de periode van de volledige onderbreking beëindigd is.  Ingeval van een vermindering van de arbeidsprestaties verloopt de opzeggingstermijn normaal.  In dat geval zal de opzeggingstermijn worden berekend alsof de werknemer geen vermindering van prestaties had genomen.

    Beëindigt de werkgever de arbeidsovereenkomst door de uitbetaling van een opzeggingsvergoeding, dan zal deze vergoeding in principe gelijk zijn aan het lopend loon dat overeenstemt met het loon dat de werknemer op basis van zijn arbeidsovereenkomst zou hebben verdiend indien hij zijn arbeidsprestaties niet had onderbroken of verminderd in het kader van tijdskrediet.  

    Hierop bestaat evenwel een uitzondering: wanneer de werknemer een 1/5de of halftijdse landingsbaan uitoefent voor een onbepaalde tijd, dan wordt de opzeggingsvergoeding berekening op basis van het loon dat verschuldigd is op het ogenblik dat de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt (dit is het loon voor de verminderde arbeidsprestaties).